Aan de hand van een demonstratie (deel 1)

ma, mei 30, 2011

Colums

Alex Schenkels is student aan de Universiteit voor Humansitiek, Utrecht. Levenkunstenaar, muzikant, columinst en een kind van zijn tijd. Kritisch volgt hij de ontwikkelingen in de huidige maatschappij en hij klimt graag in de pen voor een verslag van de observaties die hij in ons koude kikkerlandje doet. Onze patatgeneratie heeft geen ‘idealen’ meer, of hebben we juist een zeer groot ideaal, samengevat in term: ‘boeiuh’!?











Door: Alex Schenkels

Het moet een jaar of vijf, zes geleden zijn. De FNV AbvaKabo kondigde een landelijke protestmars aan om te pleiten voor een beter CAO van een of andere club.
De protestgeneratie liet die dag van zich horen. In een kostuum van fluorescerend gele hesjes, megafoons, welvaartsbuikjes en kale kruin hielden zij een massale tirade tegen het wanbeleid van onze goed gebrilde minister-president Bakellende. Nog een keer als ode aan hun jeugd mocht het weer even: scherpe oneliners die zo uit de keuken van Loesje afkomstig zouden kunnen zijn, de verbroederende vuisten, het waanzinnige TEGEN zijn: fuck het systeem! Maar ook de nieuwe generatie, de Einsteiners, waren van de partij. Met hun slobberige truien en broeken, veel te ruime skateschoenen, vet lang haar en ontluikende jeugdpuistjes. We waren al vroeg “van de pad” dankzij het iets te sterk gekruide jointje en blikjes euroshopper ® bier. Waarom wij naar de hoofdstad afreisden om ‘onze stem’ te laten horen, onze broeders in Egypte en Libië gelijkend? Omdat wij zo begaan waren met het lot van deze misdeelde babyboomers? Omdat we misschien dan niet zo goed wisten wie demonstreerde en waarvoor maar we toch een vuist wilde maken uit solidariteit? Neen, helaas varkenshaas: wij gingen omdat we gratis met de trein naar Amsterdam mochten…

En nu zullen de weinige haren op het hoofd van onze flower power beminnende medemens waarschijnlijk uit frustratie omhoog schieten. Om verder te choqueren moet ik hier aan toe voegen dat de prachtige vlag die we hadden gemaakt ( kop van Balkenende met het typische ché hoedje, daaronder de tekst: ‘Vulva la Balkenende’) ook maar voor de occasion was.
Wat moeten we nu met zo’n flutgeneratie? Die alleen voor hun eigen belangen de straat op gaan (studiefinanciering) dan wel fysiek dan wel online (duizenden ‘digitale demonstranten’). Die het niet de moeite waard vinden of verzuchten: ‘het haalt toch niks uit’.Zij vochten voor onze bevrijding van beklemmende rolpatronen, kerkelijke dogma’s, fascisme, burgertrutterij en wat doen wij? We hangen lamlendig voor de buis en zappen elk actualiteitenprogramma weg. Ons lijflied luidt kort maar krachtig: ‘Boeiuh!’. We kijken liever naar Hyves sites als ‘Mark Smeets heeft een plakzak’ dan dat we ons druk maken over global warming en misstanden in het Midden-Oosten. We luisteren niet meer naar de revolutionairen Dylan, Young, The Who en Jimi Hendrix maar naar nietszeggend Indie jatwerk van The Artic Monkees en Go Back to the Zoo.. Het koeterwaals van de vleesgeworden oppervlakkigheid ‘Jeugd van Tegenwoordig’ is misschien nog wel de ergste uitwas. Tweets en smsjes vervangen de meer menselijke, diepzinnige brief. Facebook reduceert identiteit tot een soort digitale pauwenstaart. Waarin mensen elkaar aftroeven met nog meer partyfoto’s en exotische reizen door de tropische oerbossen van Flabberwakkiestan waar wij massaal onszelf tegen komen en voor een paar maanden teruggaan naar onze roots.

Rob Wijnberg, van wie ik bovenstaande term ‘Boeiuh’ al leende, kijkt verder dan deze zwartgallige tirades (hoe terecht ook) en probeert onze club skinniejeans en nerdbril dragende duikelaars te duiden als kinderen van hun tijd. Het ‘boeiuh’ dat als geuzenterm wordt gebruikt staat voor een attitude die een overload aan informatie probeert te filteren. Duizenden liters oorlogsleed, misstanden, groepsverkrachtingen door priesters, pedagogisch medewerkers en topmannen van de IMF spoelen over ons heen. Onze kernreactoren lekken ook, het komt ons de neus uit dus trekken we een muur op die al deze gruweldata elimineert. Met het altijd aanwezige idee dat: ‘when it keeps on raining, the levee’s gonna break’ .
Het is een apathische houding uit zelfbescherming. Daarbij komt nog een soort hardnekkig relativisme waar ik eerder al aan refereerde: ‘wat heeft het allemaal voor zin, het haalt toch niks uit’. Dit onderscheid ons van die helgele hesjesmensen die in een tijd jong waren waarin nog een sterk vooruitgangsgeloof heerste. Er was iets concreets om voor te vechten en hun doelen waren haalbaar. Waar moeten wij tegen vechten? Wat is onze (gezamenlijke) enemy of the state?

Lees verder in deel 2…

Foto: AndersonRise – Fotolia

Gerelaterde artikelen:

,