… Osama bin Laden? Fair enough, hij maakt een grote kans op de ‘bastard of the century award’. Even zo goed zou zijn grote ideologische tegenstander George W. Bush op het schavot mogen. Net als zijn gezellige Wallstreet vrienden die maar mooi even met hun Las Vegas mentaliteit de wereldeconomie naar de verdoemenis hebben geholpen. Om nog maar te zwijgen van andere hypocriete of ronduit schofterige daden en uitspraken van deze trans-Atlantische politieagent. Geert Wilders dan! Met zijn ‘aanzetten tot haat’ en ‘polarisatie’. Inderdaad kan ook Geert – en het populisme dat hij symboliseert- meedoen aan in ieder geval de voorrondes van de Grote Prijs van de Nedergang. Een award die geheel van de kopvoddentax bekostigd zou kunnen worden. Maar hoewel we inhoudelijk en vooral t.a.v. ‘de manier waarop’ van mening verschillen verdedigt deze club wel een waarde die voor mij als een van dé verworvenheden van de afgelopen eeuw(en) geldt: vrijheid van meningsuiting. Nu zegt dit beide begrip an sich geen kloot, het gaat er echter meer om dat – hoe kortzichtig en soms ronduit lomp verwoord ook- Wilders veelal niet meegaat in het ‘pappen en nathouden’ cultuurtje van de Hoge Heren in Den Haag. Of de Hoge Heren in Den Haag, moet dat niet onze vijand numero uno zijn? Met hun listen en achterkamertjes politiek. Maar wie is Den Haag nu eigenlijk? Het is een continu ambigue groep mensen die punten maakt, komma’s neukt en als een zwerm gieren loopt te vechten om de kliekjes van wat ooit hun partijideologie was. Voorbeeld: een nieuwe missie in Irak, journalist vraag Job Cohen om zijn standpunt en de oud-burgervader perst de nietszeggende woorden: ‘daar valt over te praten’ uit zijn strot. Waar zijn de geheven vuisten? De kloppende aders in het voorhoofd? Waar zijn die inspirerende, bevlogen politici die ons als jongeren moet prikkelen? Waar zijn die issues in de verkiezingscampagne die wel tot de verbeelding spreken? In plaats van ‘130 km ipv 120 per uur op de A66 tussen knooppunt Kutjeskloten en Zuid-Oost Heggengat’?
Onze Arabierse leeftijdgenoten, dat zijn inderdaad de revolutionairen van deze tijd. Dat zeg ik zonder cynisme en met enige jaloezie. Diegenen die menen dat wij op zijn minst een minuscuul zaadje van deze mentaliteit onder de Polder Jügend zouden mogen zaaien schudt ik de hand.
Want is het niet zo dat wij even zo goed genaaid worden en het maar pikken? Ik verwijs nog maar eens naar de economische crisis die door een stel greedy Wallstreet pricks is veroorzaakt. Ik verwijs nog maar eens naar grote oliemaatschappijen en andere multinationals die ons milieu verkloten. Naar bio-industrie, naar doofpotten, steekpenningen, discriminatie etc. etc. Maar welke vlag moeten we verbranden? Welk hoofd verdient die kopstoot? Welke naam mogen wij onteren? Waar moeten onze revolte ons heen leiden?
Het blijft een onoplosbaar probleem in een wereld die zo complex is. Er zijn wellicht wel Grote Verhalen (crisis, war on terror, opwarming aarde, west-oost, noord-zuid, mensenrechten etc.) maar hun plots zijn te ambigu. In zoverre ben ik het met Wijnberg eens: het is apathie uit zelfbescherming, het is een relativisme of nihilisme veroorzaakt door de wereld waarin we leven. Daarnaast zie ik dit als desinteresse verklede anti-engagement heus niet alleen bij mijn generatie terug. Maar voor een deel voel ik me genoodzaakt om toch bij de doemdenkers in te haken die ook nog een andere oorzaak zien van de houding van ‘Boeiuh’. Waar filosofen, humanisten en meer van dat soort figuren tijden lang het ideaal/geloof aanhingen van de ‘animal rationale’. Een soort mens die veel linkse politici nog steeds voor ogen schijnen te hebben. Daar steken de laatste jaren typeringen als ‘dikke-ikken’, ‘animal bestiale, ‘hedendaagse hedonisten’ enzovoorts de kop op.
Maakt de consumptiemaatschappij en haar (massa)media met haar ‘bestialiserende impulsen’ (Sloterdijk, 2000) niet een stel gemakzuchtige, narcistisch-hedonistische varkentjes van ons? Die hun mond houden als ze maar een dak boven hun hoofd, voer in hun mik en af en toe een potje seks, geweld of beide op het menu hebben staan? Of hun grote bek opzetten als ze hun zin niet krijgen?
Ik ben bang dat dit voor een groot deel wel geldt. En dat de idee van de mens als rationele actor helaas tenenkaas te mooi is om waar te zijn. Steeds vaker staat dr. Onderbuik achter het katheder, de vrije wil wordt door velen betwist, levensbeschouwing wordt relatief, particulier en een toevalligheid.Waarom zouden we strijden als we tevreden zijn? Of als we dat niet zijn: wie is onze vijand? Hadden we maar een duidelijke common enemy als Mubarak. Maar zelfs dan rijst een pijnlijke vraag want: gaven die Egyptenaren hun leven zodat hun broeders vervolgens met harde hand door het leger worden geregeerd? Zijn we vrij als we niet weten waartoe? Ik kan niet meer dan vragen stellen maar beter niet te lang. Dan wikkel ik me weer in mijn protective cocoon, mijn relativistisch boetekleed. Open een biertje en mompel zacht: ‘boeiend..’. Laat de tirade van de hippies in burgerkleren maar langs me afglijden. Geef ze schoorvoetend gelijk, ga de discussie niet aan. Want ik heb ze niet meer te bieden dan een ideologie in negatie. Een vraagteken als crucifix, die ik tors voor de zonden van de mensheid; mijzelf inclusief..
Foto: AndersonRise – Fotolia



ma, mei 30, 2011
Colums